De sectorale onderhandelingen - BOERENBEDROG op grote schaal !

Brussel, 23 september 2008
Volledige tekst in pdf formaat

 

Ik verwijs vooreerst naar mijn tekst van 10 september 2008 ( ook te vinden op deze website ) waarin ik in een omstandig document het standpunt van VSOA Politie weergaf. Dit standpunt heeft aanleiding gegeven tot het verlaten van de onderhandelingstafel van onze delegatie.

Het is tevens van bijzonder groot belang te weten dat bij de bespreking van de voorstellen in het Nationaal Comité van VSOA – Politie, de zogenaamde “rek” die er nog zat op zekere punten van het dossier (d.w.z. dat voor enkele punten van het bundel de overheid nog bereid was enige toegeving te doen), duidelijk meegegeven werd in de analyse van het voorliggende dossier en de uiteindelijke standpuntbepaling van onze organisatie.


Het Nationaal Comité wist dus welke toegevingen de overheid nog bereid was te doen. Zelfs met deze toegevingen werd het dossier door het Nationaal Comité als “veel te licht” bevonden, vooral omdat tegenover de verhoging van de eindejaarstoelage en de toekenning (gefaseerd) van het verhoogd vakantiegeld, er enkele overheidseisen lagen waarmee VSOA Politie absoluut niet kon leven (mogelijke invoering van een systeem waarbij de functietoelagen en vergoedingen per uur zullen betaald worden en niet meer per maand – meer hierover hierna), wijzigingen aan de modaliteiten van de Brussel premie en de verbintenistoelage voor de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tewerkgesteld personeel, de revalorisatie van de functie van wijkagent door de (test)invoering voor deze personeelsleden van een stelsel van functionele verloning, op termijn uitbreidbaar naar alle andere functies.

Blijkt dat na het verlaten van de onderhandelingstafel door de VSOA delegatie op 10 september, de drie andere vakbonden de teksten verder bespraken met de overheid, hetgeen uiteraard hun goed recht is. VSOA – Politie wenste evenwel geen deelgenoot te zijn in een operatie waar in finé, tegenover een zekere winst een op termijn nog groter verlies zal staan. De besprekingen werden onder embargo geplaatst. Met andere woorden, er werd aan de blijvers gevraagd om niet te communiceren naar de achterban omtrent datgene wat er werd besproken. Voorwaar een vreemde situatie, die binnen VSOA – Politie niet op gejuich zou onthaald worden mochten de VSOA onderhandelaars daarin toestemmen.

In alle obscuriteit heeft dan afgelopen vrijdag 19 september een vergadering (onderhandelingscomité?) plaatsgevonden waar de definitieve teksten aan de aanwezige vakbonden werden voorgelegd dewelke er zich heden over moeten uitspreken. Morgen, woensdag, zou het protocol al ondertekend worden.

Wat blijkt nu: de initiële teksten dewelke door VSOA – Politie als onaanvaardbaar werden beschouwd wegens “een te grote prijs te betalen om onvoldoende te bekomen”, werden inderdaad gewijzigd, al dan niet in de zin zoals wij reeds wisten.

Tevens zou er een “vorm van compensatie” worden verleend om de woordbreuk van de overheid met betrekking tot de beloofde boni-santé te vergoelijken. Ik ben er zeker van dat sommigen dit zullen voorstellen als een riante overwinning maar in feite gaat het om een pleister op een houten been. Want wat stelt de tekst : de collega’s die op 1/10/2008 57 jaar zullen zijn (en voor zover dat zij inmiddels de politie niet reeds verlaten hebben, al dan niet gefrustreerd omdat zij bedrogen werden door de overheid ) zouden in 2009 reeds het vakantiegeld à 92% ontvangen.

Dat deze maatregel slechts één, maximaal twee jaar effect genereert is duidelijk. Immers (zie hierna) zal in 2010 respectievelijk 2011 het vakantiegeld à 92% toegekend worden aan alle inspecteurs respectievelijk hoofdinspecteurs en officieren. Ik stel me daarenboven de vraag of deze maatregel geldt voor ALLE 57 jarigen of dat hij enkel geldt voor gewezen rijkswachters die langer gebleven zijn dan hun 56. Indien hij geldt voor allen, zo bekomen diverse personeelsleden nog voor hun pensioengerechtigde leeftijd van 58 of 60 (en het weze hen oprecht gegund) het voordeel van een maatregel die als compensatie wordt voorgesteld voor het niet doorgaan van de boni-santé, waarbij die laatste pas kracht van effect had OP de pensioengerechtigde leeftijd. Men discrimineert bijgevolg alle collega’s van nog geen 57 jaar oud die de 92% regel pas in 2010 of 2011 zullen toegepast krijgen.

Bovendien zijn er reeds vele collega’s die hun pensioen uitgesteld hadden omwille van de boni-santé ondertussen effectief op pensioen gegaan. Voor deze mensen, die toch als echte gedupeerden van de woordbreuk van de overheid kunnen beschouwd worden, is er niets voorzien.

Een gezamenlijk syndicaal eisenbundel van elf punten mondt dus na een onderhandeling van een paar uur uit in:
1. Geen loonsverhoging zoals gevraagd,
2. Geen sprake meer van maaltijdcheques zoals gevraagd,
3. Geen meerbetaling van de overuren zoals gevraagd,
4. Geen gratis geneeskundige zorgen voor het Calog zoals gevraagd,
5. Geen in aanmerking nemen van bepaalde anciënniteiten voor deeltijds tewerkgesteld personeel, zoals gevraagd,
6. Geen uitvoering van vorige akkoorden (boni-santé) zoals gevraagd,
7. Geen oplossing voor het perequatieprobleem zoals gevraagd, want het item wordt naar de Griekse kalender verwezen. Lees wat het “akkoord” daarover zegt: “ De Minister van Pensioenen wenst niet in te gaan op de vraag tot atypische perequatie. Daarom zullen de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie met grote welwillendheid de mogelijkheid onderzoeken van een perequatie via het klassieke procédé. De technische werkgroep zal verder geregeld bijeenkomen en een finale beslissing zal worden getroffen vóór het einde van het jaar.” En dan zijn er die stellen dat tegen het einde van 2008 er een oplossing van de perequatieproblematiek zal komen. Ik vraag me bovendien af of tegen het einde van het jaar de betrokken ministers nog wel op post zullen zijn en of het huidige politieke klimaat hun aandacht bij dit dossier zal kunnen houden.
8. Geen algemene pensioenleeftijd op 58 jaar zoals gevraagd.

En zal op drie eisen al dan niet gedeeltelijke tegemoetkomingen geven te weten:

9. De eindejaarstoelage wordt aangepast naar analogie van het Openbaar Ambt.
10. Het vakantiegeld wordt gefaseerd opgetrokken tot 92 %. Volgend jaar zou iedereen 65% bekomen (was inmiddels al toegezegd via een eerder afgesloten akkoord tussen overheid en vakbonden) de agenten bekomen in 2009 ook de 92%, in 2010 bekomen de Inspecteurs de 92% en de HINP en de Offr volgen dan in 2011.
11. De herwaardering van de wijkagentfunctie zal worden doorgevoerd door het concept van de functionele verloning voor hen bij wijze van test in te voeren.

En tot slot, om de woordbreuk van de overheid in verband met de boni santé goed te maken, wordt dus een pleister op een houten been aangeboden. De collega’s die op 1/10/2008 de leeftijd van 57 jaar bereikt hebben, zullen in 2009 een vakantiegeld bekomen ten belope van 92%. De overheid wast daarmee haar handen in onschuld, nadat zij het hele politiepersoneel bedrogen heeft.

En tegen welk een prijs ?

Natuurlijk zijn wij verheugd dat de eindejaarstoelage wordt opgetrokken (het moest er nog aan mankeren) en een gefaseerde invoering van een verhoogd vakantiegeld is uiteraard beter dan geen verhoging.

Veel belangrijker is het boerenbedrog dat gepleegd wordt door simpelweg zes belangrijke eisen, zonder slag of stoot te laten weghalen uit een elf punten bevattende eisenbundel, hetwelk werd samengesteld uit een ganse reeks eisen eigen aan iedere syndicale vereniging.

Thans stellen dat men toch wist dat er niet veel te rapen viel kan geen excuus zijn. Wist men dan niet op voorhand dat de budgettaire context weinig toeliet. Waarom dan die eisen stellen? Waarom ten overstaan van het politiepersoneel een verwachtingspatroon ophangen dat men toch niet kon waarmaken?

Ik noem dat boerenbedrog. Men had in dat geval veel duidelijker dienen te communiceren naar het personeel en hen geen rad voor de ogen moeten draaien door niet realiseerbare eisen te stellen. In dat geval had een eisenbundel “light” dienen te worden opgemaakt en ingediend.

Daarenboven gaat men het personeel nu volgende maatregelen opleggen:

– De aftrek van 1/1626 ste van het jaarbedrag van zekere functietoelagen en –vergoedingen voor ieder uur van een genomen baaldag. Niet enkel houdt dit een discriminatie in ten aanzien van die collega’s die geen enkele functietoelage genieten, maar bovenal dient men zich eens de vraag te stellen welke collega’s er in het bijzonder vatbaar zijn om een niet geattesteerde ziektedag te nemen. Zij die het meest onderhevig zijn aan onregelmaat, stress, wisselende klimatologische omstandigheden, zijn meer vatbaar voor een of andere plotse kwaal en het zijn dus die collega’s die gesanctioneerd zullen worden voor het nemen van een zgn baaldag. Deze maatregel heeft bovendien voor gevolg dat er collega’s zullen zijn die het zich kunnen veroorloven om een niet geattesteerde ziektedag te nemen zonder dat zij daarvoor iets zullen moeten inleveren, anderen zullen daarvoor een aftrek van hun functietoelagen zien doorgevoerd worden. De “te betalen prijs” voor een baaldag is ten slotte niet voor iedereen hetzelfde.

– De regel van de uitbetaling van de functietoelagen en –vergoedingen per werkelijk gepresteerd uur, de “natte droom van de overheid” in afwachting van de invoering van de functionele verloning is nog steeds niet van de baan (sommigen zullen wel trachten te verkopen dat hier geen sprake meer van is) want de tekst van het “akkoord” stelt daarover het volgende:
De implementatie van de loonmotor zal gepaard gaan met de implementatie van het concept van de uurtoelage tenzij de globale invoering van de functionele verloning dit zonder voorwerp zou maken. De lijst van de toelagen en vergoedingen alsmede van de verloven die onder het concept van de uurtoelage zouden vallen, zullen, in voorkomend geval, later worden onderhandeld. De bestrijding van het absenteïsme zal alleszins op een sociaal verantwoorde wijze benaderd worden. Vanaf de implementatie van de loonmotor worden per genomen baaldag de samen met de wedde betaalde vaste toelagen en vergoedingen verminderd met 7,6/1626sten van het jaarbedrag.

– De collega’s tewerkgesteld op het grondgebied van het Brussels Gewest zullen aan andere modaliteiten onderworpen worden wat betreft Brusselpremie en de zogenaamde verbintenistoelage. Na bevraging bij de betrokkenen op basis van het overheidsvoorstel hebben de meer dan 3500 VSOA leden, tewerkgesteld in de betrokken regio zich unaniem negatief uitgesproken tegen deze maatregelen. De tekst van het “akkoord stelt het volgende:
Inzake de Brusseltoelage wenst de overheid de verschillende bestaande systemen als volgt te uniformiseren: Het fideliseringsjaar valt weg. Voor iedereen ( Calog + Ops ) wordt deze toelage na een eerste aanwezigheidstermijn gekoppeld aan een vernieuwbare verbintenis om 5 jaar te blijven. Wie zich niet verbindt, behoudt het behaalde niveau. Ook van toepassing op deeltijdsen alsmede contractuelen van bepaalde duur. Geen terugbetalingsverplichting bij overgang Calog naar Ops en omgekeerd. De verbintenistoelage (basiskader Brusselse zones ) wordt aan een termijn van 7 jaar gekoppeld, verlengbaar telkens voor 5 jaren.

– In het verlengde van de testcase “functionele verloning voor de wijkagent” zal de overheid een visietekst voorleggen om te komen tot een algehele invoering van de functionele verloning waarbij aan de vakorganisaties gevraagd wordt om hieraan mee te werken. Men stelt dat het engagement van de vakbonden om samen met de overheid na te denken over dit concept zonder resultaatverbintenis geldt. Maar intussen zullen onze wijkagenten wel aan het stelsel onderworpen worden, zal dus een wijkagent niet meer gelijk zijn aan een wijkagent (de overheid heeft al laten verstaan dat in hun visie een wijkagent in een hele grote agglomeratiezone niet hetzelfde is als een wijkagent werkzaam in een landelijke politiezone). Wij zijn ervan overtuigd dat dit de werkelijke start zal zijn van de verdere ontmanteling van het statuut, want wie zegt functionele verloning, zegt weging van functies, zegt evaluaties, en wie weging van functies en evaluaties zegt, hoeft maar naar de wegingen van het Calogpersoneel te kijken om vast te stellen dat dit gaat leiden tot slachtoffers en willekeur. De tekst van het “akkoord“ stelt daarover het volgende:
De overheid stelt voor om het concept van functionele verloning in te voeren. De bedoeling daarvan is, met behoud van de actuele globale loonmassa, de ettelijke toelagen en vergoedingen terug te dringen en te vervangen door een voornamelijk baremische verloning geënt op de geanalyseerde uitgeoefende functie. Daarmee beoogt de overheid geenszins een uitholling van het actuele statuut, noch besparingen. Administratieve vereenvoudigingen zullen wel leiden tot een vermindering van de beheerslasten.
Zij beseft dat dit een moeilijke oefening is die tijd en bedachtzaamheid vergt.
Daarom wenst zij dat progressief te doen, met test- en evaluatiefasen.
Het eenheidsstatuut was, is en blijft een kritische succesfactor voor de geïntegreerde politie en moet dus als dusdanig in stand worden gehouden. Differentiaties zijn derhalve slechts mogelijk voor zover daaraan principieel geen afbreuk wordt gedaan.
Mogelijks zullen bij de overgang naar het nieuwe concept overgangsmaatregelen aangewezen zijn.
Overeenkomstig het Regeerakkoord dat een herwaardering van de functie wijkwerking in het vooruitzicht stelt, wenst de overheid van wal te steken met een voorstel inzake functionele verloning voor de wijkagenten. Zij stelt voor om dit als een eerste testcase te implementeren en aldus beide doelstellingen te koppelen.

De overheid vraagt aan de vakbonden om zich bij voormelde aanpak aan te sluiten en mee te zoeken naar alternatieve betere verloningsmechanismen. Zij zal hiervoor op korte termijn een technische werkgroep implementeren, beginnende met de wijkagenten.
De vakbonden verklaren zich akkoord voor wat betreft de functionele verloning om de discussie snel aan te vatten op een onderling overeen te komen tijdstip, zonder resultaatsverbintenis.

· De aanwezigheidstermijn voor het Calogpersoneel wordt opgetrokken naar vijf jaar.

Ik ben ervan overtuigd de ondertekenaars van het akkoord de onderhandelingsresultaten zullen voorstellen als een grote overwinning en dat zij dit zullen verdedigen onder het motto, het was dat of niets.

Beseffen zij wel wat er overgebleven is van een elf punten bevattend syndicaal eisenbundel?

Ik ben er bovendien van overtuigd dat indien alle vakbonden het been stijf hadden gehouden, we een ander, eerlijker en evenwichtiger resultaat voor het politiepersoneel hadden kunnen bekomen.

Nu werden nog voor de onderhandelingen van start gingen zes punten afgevoerd, werd men voor twee eisen met een kluitje in het riet gestuurd (op de lange baan geschoven of inhoudelijk een lege doos) en is men blijven zitten voor de enkele punten die men (al dan niet gedeeltelijk) binnenhaalt maar waarvan er enkele (al dan niet op korte of middellange termijn) sowieso aan het politiepersoneel dienden gegeven te worden.

En daarvoor betaalt men een prijs waarvan ik nu al zeg dat dit de verdere ontmanteling van het statuut zal inluiden.

Jan SCHONKEREN
Nationaal Voorzitter