Eerste analyse voorontwerp van wet "Van Quickenborne" inzake de pensioenen

art2
Het voorontwerp van wet “Van Quickenborne” behandelt vier punten uit de maatregelen die zijn aangekondigd in het regeerakkoord:

1° verhoging van de pensioenleeftijd

Dit betreft zowel het algemene stelsel voor de agenten van het openbare ambt als de speciale stelsels: NMBS treinpersoneel, militairen, operationeel kader van de politie, voormalige rijkswachters en voormalige militairen van het Calog, provinciale en gemeentelijke mandatarissen

Net als in de privé-sector zal de vereiste leeftijd om te kunnen met pensioen gaan vóór de leeftijd van 65 verhoogd worden tot 60 jaar in 2012 en tot 62 jaar in 2016 met een vereiste van 40 dienstjaren, 41 dienstjaren om op 61 jaar en 42 jaren om op 60 jaar met pensioen te kunnen gaan.
Voor de personeelsleden die een pensioen konden bekomen vóór de leeftijd van 60, wordt deze leeftijd voor de pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2016 verhoogd met twee jaar. Deze leeftijd wordt eveneens verhoogd met zes maanden, met een jaar en met een jaar en zes maanden voor de pensioenen die respectievelijk ingaan vanaf 1 januari 2013, 1 januari 2014 en 1 januari 2015.
De eis van de 40 dienstjaren is vereist voor iedereen behalve voor de NMBS treinpersoneel, waar ze verhoogt van 30 tot 32 jaar en voor de militairen, de ex-rijkswachters en militairen van het Calog waar er geen is.

Het pensioencomplement voor de zestigplussers, zal maar worden verleend vanaf de (nieuwe) leeftijd waar u met pensioen kunt gaan.

2° aanpassing van de toepasselijke tantièmes

Voor de diensten gepresteerd na 1 januari 2012, zal er geen gunstiger tantième meer zijn dan 1/48.

3° beperking van de toelaatbaarheid van perioden van loopbaanonderbreking

Vanaf 1 januari 2012 zal slechts 12 maanden loopbaanonderbreking nog meetellen voor het pensioen, tenzij het is om palliatieve zorg te verstrekken, voor ouderschapsverlof of voor het bijstaan of verzorgen van een ernstig ziek lid van zijn gezin of zijn familie (2de graad).

4° berekening van de referentiewedde

In de verschillende wettelijke en reglementaire teksten, zullen alle bepalingen die verwijzen naar de gemiddelde wedde van de laatste vijf loopbaanjaren bij de berekening van een pensioen gewijzigd worden en vervangen door de gemiddelde wedde van de laatste tien loopbaanjaren.

Voor zowel de overlevingspensioenen als de rustpensioenen, zal dit van toepassing zijn vanaf 1 januari 2012, behalve voor degenen die de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben voor die datum.

Kortom, niemand ontsnapt!

Vechten als leeuwen of laten zich scheren zoals schapen: naar keuze!

Met syndicale groet,

Edgar Baudhuin
V.S.O.A.-Politie
Lid van het Technische comité voor de pensioenen van de overheidssector