INFO : vonnis van de Raad van State nr 224.019 dd. 21/06/13 - Aanstellingen

art2

Zaventem, 10 juli 2013 Door een vonnis van de Raad van State dd. 21 juni 2013 met betrekking tot Agim DE BRUYCKER werd het koninklijk besluit dd. 2 november 2010, tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot uitvoering van artikel XII.VII.18, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten vernietigd.

Betrokken koninklijk besluit vervulde in het bijzonder het artikel 1, 1ste lid, 3°, van het koninklijk besluit dd. 3 juni 2007 tot uitvoering van artikel XII.VII.18, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, door middel van het volgende lid: “de personeelsleden die vóór 30 december 2000 beschikten over het brevet van de aanvullende gerechtelijke opleiding dat toegang verleende tot de bewakings- en opsporingsbrigades van de rijkswacht worden, onverminderd de toepassing van het eerste lid, in aanmerking genomen ten belope van de proportionele verhoging van het aantal personeelsleden van de voormalige rijkswacht met toepassing van artikel XII.VII.18, § 2/1, tweede lid, RPPol;”.

Door betrokken vernietigingsarrest van de Raad van State wordt de volledige werkwijze van aanstellingen, in zijn uitvoeringscriteria, in vraag gesteld, aangezien dat de hoogste administratieve rechtbank de mening toegedaan is dat het brevet van het korte type dezelfde waarde heeft als het brevet dat via een klassieke weg bekomen werd.

Dit vernietigingsarrest heeft tot gevolg dat de ministeriële besluiten, die de procedure uitvoeren volgens de regels voorzien door betrokken koninklijk besluit dd. 2 november 2010 vernietigd, geen enkele juridische waarde meer hebben. Het resulteert dus, a priori, dat de verschillende beroepsprocedures, die tegen betrokken ministeriële besluiten ingediend werden, zonder voorwerp geworden zijn.

Het komt er op neer dat de Belgische Staat opnieuw een koninklijk besluit dient te schrijven, alsook de aanstellingsbesluiten, rekening houdend met het huidige vonnis.

Wat het VSOA Politie betreft, zullen wij de overheid in de loop van de maand september interpelleren over hun standpunt hieromtrent.

Wij kunnen jullie alvast verzekeren dat het voor de overheid geen gemakkelijke taak zal zijn.

Met vriendelijke groeten,

Lispet Emmanuel
Vast Afgevaardigde
Nationale beheerder juridische dienst