05.06.2020

Bodycam

Bodycam

In januari 2020 publiceerden we in ons magazine “Argument” een artikel over de problematiek “bodycam“. Volledigheidshalve voegen we dit artikel in bijlage, evenals het recent ontvangen advies van het COC (controleorgaan op de politionele informatie).

Het controleorgaan is de onafhankelijke federale parlementaire instelling, belast met het toezicht op de politionele informatiehuishouding en is de gegevensbeschermingsautoriteit voor de geïntegreerde politie, passagiersinformatie-eenheid en de algemene inspectie van de federale en de lokale politie. (bron: https://www.controleorgaan.be/)

In het artikel in Argument uiten we enerzijds onze bezorgdheid over de onvoldoende wettelijke omkadering voor het zichtbaar filmen tijdens de politieopdrachten, hetgeen een risico oplevert voor alle politiepersoneelsleden betrokken bij de inzet van de bodycam, anderzijds hekelen we het feit dat privégesprekken van personeelsleden worden opgenomen tijdens de zogenaamde pre-recording. Bijkomend plaatsten we vraagtekens bij diegene die uiteindelijk de opdracht mag geven tot activeren van de bodycam.

Nogmaals, we zijn niet tegen verandering, technologische vernieuwing of het gebruik van de bodycam, integendeel. Wel hebben we een probleem met een gebrekkige juridische omkadering die de politieman op het terrein, maar ook de eindverantwoordelijke, blootstelt aan disciplinaire en/of strafrechtelijke vervolging.

We willen eveneens vermijden dat de bodycam zal dienen als controlemiddel voor het personeel, in plaats van als hulpmiddel. Een reden te meer om aan te dringen op een duidelijk en afgebakend kader. We mogen niet vergeten dat het trackingsysteem voor de voertuigen in veel politiezones verkocht werd, en wordt, als extra beveiliging voor het personeel, maar in de praktijk frequent gebruikt wordt om de locatie te bepalen of de mensen te volgen. Dit is een brug te ver.

Het COC stelt zeer duidelijk dat pre-recording (vooropname) onwettelijk is, het maakt niet uit of dit 30, 60 of 90 seconden duurt. Volgens het COC beschikt de operationele politieambtenaar over een zekere en zelfs ruime autonomie om te beslissen wanneer de camera effectief wordt geactiveerd. De omvang van deze autonomie wordt wel mede bepaald door de interne hiërarchie op het terrein en de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.

Het advies van het COC volgt aldus hoofdzakelijk onze bezwaren en maakt volgend besluit:

Het COC:

  1. beveelt aan meer duidelijkheid te verschaffen over en rond het begrip ’interventie’;
  2. oordeelt dat, wanneer tijdens het louter dragen van de bodycam reeds persoonsgegevens van derden worden verwerkt, deze verwerking een inbreuk vormt op artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA en de artikelen 28 en 33 § 1 WGB doordat persoonsgegevens worden verwerkt zonder dat de betrokkene werd gewaarschuwd, en, daarom, zowel feitelijk als juridisch sprake is van heimelijk cameragebruik.
  3. oordeelt dienvolgens ook dat het opnemen van gesprekken in de stand-by modus zoals hoger beschreven van personen die wel of niet deelnemen aan de interactie strijdig is met artikel 259bis strafwetboek juncto artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA;
  4. beveelt aan de bevoegde ministers aan een maximale uniformiteit op te leggen of minstens na te streven in het gebruik van de bodycam door middel van een Ministeriële richtlijn;
  5. stelt vast dat de korpschef van de lokale politie of de commissaris-generaal van de federale politie de eindverantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de bodycam en als verwerkingsverantwoordelijke moet aanzien worden;
  6. bepaalt dat de datum van aanvang van de bewaartermijn van de beelden/persoonsgegevens, de datum is waarop de gegevens op de bodycam worden opgenomen, ook al worden de gegevens niet op dezelfde dag in de politionele gegevensbank van de politie-eenheid opgeslagen;
  7. verzoekt de politie-entiteiten het recht van inzage van de betrokkene zelf te organiseren door middel van een directe toegang en niet door te verwijzen naar het Controleorgaan dat enkel op nuttige wijze als beroepsinstantie kan optreden ten aanzien van de beslissingen van de verwerkingsverantwoordelijke politiedienst;
  8. beveelt aan een heldere wettelijke afwijkende regeling in de WPA in te schrijven rond het geoorloofd karakter van de audio-opnames die gepaard gaan met het gebruik van de bodycam en rond een minimale termijn van bewaring van de beelden en audio-opnames;
  9. beveelt aan de waarschuwing zoals voorzien in artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA te schrappen, minstens niet meer verplichtend te maken.

We zullen het advies van het COC op de agenda van het Hoog Overlegcomité plaatsen.

We vragen de provinciaal voorzitters om dit op de agenda te plaatsen van elk basisoverlegcomité, desnoods dringend, met de vraag de nota’s die niet voldoen aan dit advies, onmiddellijk te laten intrekken.

We maken gebruik van cookies voor het bijhouden van statistieken en taalvoorkeur. Wij houden geen persoonlijke gegevens bij || Nous utilisons des cookies pour la tenue de statistiques et de préférence linguistique. Nous ne gardons aucune donnée personnelle