14.06.2006

OCP 186 : 14 juni 2006

1. Stakingsaanzegging VSOA PZ Wetteren/Laarne/Wichelen
2. OKB organisatie van de Federale Politie
3. Extracten : wijkagenten en politieassistenten
4. Herevaluatie statuut (conclusie)


Dhr Koekelberg opent de veragdering.
1. Stakingsaanzegging VSOA PZ Wetteren/Laarne/Wichelen
De overheid meldt ons dat de zone niet vertegenwoordigd zal zijn. Ze hebben te kennen gegeven niet aanwezig te zullen zijn.
Ons verbaast dit niet dat de lokale overheid hier niet aanwezig is. We overhandigen de overheid een brief getekend door 22 personeelsleden die gestuurd werd naar het stressteam. We vragen de overheid deze na te lezen daar er volgens ons een zestal inbreuken zijn door de korpschef inzake de deonthologische code. We vragen dan ook dat er hier een onderzoek door Algemene Inspectie of door Comité P naar zou gedaan worden en zonodig tuchtrechtelijk ingegrepen zou worden.
Ook het niet aanwezig zijn op dit OCP kan voor ons niet en we vragen aan de vertegenwoordiger van de Minister dat hij hier gaat ingrijpen.
Het ACOD voegt hieraan toe dat de korpschef de wet overtreedt en dat er dringend ingegrepen dient te worden.
Het NSPV hekelt de afwezigheid van de lokale overheden maar kent de zaken niet voldoende om standpunt in te nemen.
ACV neemt akte van deze aanzegging.
We behouden de aanzegging en zullen tot actie overgaan.

2. OKB organisatie van de Federale Politie
Dit werd aangepast naar aanleiding van de opmerkingen geformuleerd door de Raad.van State. Dit OKB dient terug te gaan naar de raad van State.
De overheid geeft een overzicht van de wijzigingen. Sommige zaken die nu niet meer in het OKB staan werden in de wet ingeschreven.
ACV heeft hier geen structurele problemen mee
NSPV neemt zelfde standpunt in als bij de vorige bespreking dus niet akkoord
VSOA : idem als NSPV
ACOD : akkoord

3. Extracten : wijkagenten en politieassistenten
Functionele opleiding wijkagent
We hebben hier geen fundamentele problemen met deze tekst.
Functionele opleiding politieassistent
Enkele wijzigingen worden aangebracht. We hebben hiermee geen fundamentele problemen.

4. Herevaluatie statuut (conclusie)
De overheid vraagt indien we ons al kunnen uitspreken over ons standpunt. De datum van 16 juni was voorzien en we vragen de overheid zich hieraan te houden daar we nu nog geen definitief standpunt hebben.
We merken op dat er nog enkele knelpunten zijn :
Pt 2 inzake syndicaal verlof op rustdag. Ook waren we overeengekomen dat we een aparte onderhandeling gingen voeren inzake het syndicaal statuut. Indien de tendens is wat er eerst geschreven stond (max 20 dagen – andere oplossing uitwerken voor syndicale werking buiten ressort).
Pt 28 inzake de mandaathouders stelt ons problemen. We willen niet hebben dat de O7 en de O8 schalen uitsluitend voorbehouden zouden zijn voor de mandaathouders.
Ook vragen wij de nabijheidstoelage voor de agenten van politie
Ook vragen we duidelijkheid inzake een tekst die opgemaakt werd naar aanleiding van de punten 9 en 10 van de fameuze POLDOC die handelde over de aanwezigheidstermijn en het zelf rekruteren door de deficitaire zones. Is deze tekst definitief of niet. Is er hier een akkoord van andere vakbonden of niet. Iets is er ons onduidelijk. Wij wensen hier het principe van de anciënniteit ingeschreven zien.
Na een onderbreking komt de overheid terug met de volgende voorstellen.
Op voorwaarde dat er een akkoord van de vakbonden zou zijn is de overheid bereid om:
*Syndicaal verlof op een rustdag is mogelijk
*apart onderhandelingen inzake het syndicale statuut
*er is geen verzet meer voor het toekennen van de nabijheidstoelage voor de agenten van politie
*inzake de perequatie zal er een brief van de Minister vertrekken naar pensioen om te vragen met aandrang hier iets aan te doen.
*inzake de punten 9 en 10 wil de overheid voorstellen om iets te doen voor de deficitaire zones die werkelijk deficitair zijn op de minimale normen vastgelegd door de koning.
Indien de zone na een mobiliteitsronde nog deficitair is, heeft de zone twee mogelijkheden : de eerste is de Minister de toepassing vragen van Art 3 bis (op basis van vrijwilligheid met aanwezigheidstermijn van 5 jaar) Indien dit niet volstaat gaat de Minister over tot rechtstreekse aanwijzing van aspiranten (aanwezigheidstermijn van 1 jaar).
De tweede keuze is een tweede mobiliteitsronde specifiek voor deze zone te organiseren waar een selectiecommissie zal oordelen wie geschikt is of wie niet. Onder deze geschikte wordt er aangeworven op anciënniteit. Indien er geen geschikte kandidaten zijn kan de zone overgaan tot rechtstreekse aanwervingen.
Punt 10 inzake de aanwezigheidstermijn voor iedereen blijft behouden op 5 jaar.

We maken gebruik van cookies voor het bijhouden van statistieken en taalvoorkeur. Wij houden geen persoonlijke gegevens bij || Nous utilisons des cookies pour la tenue de statistiques et de préférence linguistique. Nous ne gardons aucune donnée personnelle