Het is bijzonder stil bij onze moedige managers…

Sinds de start van de Arizona-regering volgen de verschillende wetsvoorstellen elkaar in snel tempo op. Zo was er de programmawet Jambon, die ook gevolgd werd door andere ontwerpen van
programmawetten die onze individuele toekomstvooruitzichten zwaar aantasten.

Deze wetten belangen iedereen aan, ongeacht de leeftijd, en hebben niet alleen een invloed op het pensioen, maar ook op andere situaties, zoals bijvoorbeeld de gevolgen van een ongeschiktheid na een ongeval of een ernstige operatie.
Dagelijks worden ons volgende legitieme vragen voorgeschoteld:

• Op welke leeftijd zal ik uiteindelijk kunnen vertrekken?
• Hoeveel aanneembare dienstjaren zijn er nodig?
• Indien ik geen 156 voltijdse dagen heb, wat is de impact in de toekomst?
• Heb ik recht op een bonus als ik langer werk dan mijn verhoogde leeftijd?
• Krijg ik een malus, en zo ja, hoe groot?
• Ik word opgeroepen bij de CGPP/bij Medex, wat zal er met mij gebeuren?

Een correct antwoord bieden is niet evident, aangezien deze teksten bij de politiediensten een zeer grote invloed hebben op uw pensioen. Dit geldt des te meer door de cumul van de verschillende maatregelen en door de persoonlijke situatie en loopbaan van eenieder. Zolang de laatste tekst niet definitief is, blijft de situatie te instabiel om het duidelijke antwoord te geven waarop jullie recht hebben.

Bovendien heeft de overheid zelf reeds verschillende malen beloofd om correcte simulaties uit te voeren, hetgeen tot op heden niet gebeurd is.

Wij kunnen jullie echter verzekeren dat alle vakorganisaties, op alle bevoegdheidsniveaus, Comité A, Comité B en het Onderhandelingscomité van de Politiediensten, sinds februari 2025 al hun energie steken in een onderbouwde tegenargumentatie en oppositie, terwijl er interprofessionele acties worden georganiseerd zoals nooit tevoren.

Waar het echter bijzonder stil blijft, is bij onze politieoverheden en hun adviseurs. Kan eenieder zich in de spiegel kijken zonder te blozen?
Een nieuw ontwerp van programmawet dat in de pipeline zit, behandelt drie onderwerpen:

1. De ‘centenindex’: met andere woorden, het blokkeren van de automatische indexering van de lonen boven de 4.000 euro bruto. Een maatregel die ongeveer 85% van de personeelsleden van de
sector treft en die men verder zal meedragen in de loopbaan.
2. Eveneens een gedeeltelijke indexsprong op twee momenten, in 2026 en 2028, voor al onze gepensioneerden die een “hoger” pensioen ontvangen, namelijk meer dan 2.000 euro bruto. Zij
ontvangen tweemaal 40 euro in plaats van tweemaal 2%. Ook deze structurele vermindering blijft men verder meedragen.
3. De verhoging van de werkgeversbijdrage “pensioen” tot 38% voor de federale politie voor elke nieuwe statutaire aanwerving. Dit betekent dat de federale politie verplicht wordt om dubbel zoveel bijdrage te betalen voor toekomstige statutaire rekruteringen, zonder enige budgettaire compensatie voor deze meerkost. Dit komt dus neer op een nieuwe verarming van de federale politie en mogelijk minder rekruteringen.

Voor het VSOA Politie was dit de gelegenheid om twee vragen op de dagorde te plaatsen:

1. Wat is het standpunt van de werkgevers binnen de GPI over alle maatregelen waaronder de personeelsleden nu al lijden, en over de drie nieuwe maatregelen die eraan komen?
2. Zal de overheid naar jullie communiceren om de zaken zo duidelijk mogelijk uit te leggen EN om aan te tonen welke initiatieven zij heeft genomen om het personeel van de politiediensten te verdedigen?

Op woensdag 22 april 2026 werd dit punt gedurende ongeveer vijf minuten op het Onderhandelingscomité besproken, zonder dat er ook maar één antwoord werd gegeven, noch door het directiecomité van de federale politie, noch door de VCLP namens de korpschefs.

Niettegenstaande ook zij, zowel qua organisatie als persoonlijk, worden getroffen, is het verwonderlijk dat er niemand reageert. Noch door een duidelijke positie in te nemen, noch door het personeel correct te informeren over welke initiatieven er reeds genomen werden om het personeel al dan niet te verdedigen.

De loyaliteit tegenover de bevoegde ministers en de regering helt in de balans dus duidelijk over ten nadele van de loyaliteit tegenover het personeel.

Gelet op het gebrek aan proportionaliteit van sommige maatregelen, en zeker van de cumul ervan, vinden wij het de plicht van onze werkgevers om te reageren naar de politieke overheden, het personeel te beschermen en de personeelsleden hierover correct te informeren.
We stellen echter vast dat het bij onze werkgevers binnen de geïntegreerde politie en de bevoegde politieoverheden, bijzonder stil blijft.

De vakorganisaties kunnen zichzelf in de spiegel kijken. Nu onze overheid nog…