Nieuwe omzendbrief prioritair rijden: VAN DE POT GERUKT! – Vanuit een ivoren toren bevriest men de politiemensen op het terrein!

Op het OCP van 20/04/2026 werd de finale versie van de omzendbrief (MFO8) rond prioritair rijden “onderhandeld”.

Niettegenstaande de vakorganisaties reeds lang vragende partij waren om een omzendbrief uit te vaardigen, onder andere n.a.v. enkele veroordelingen van collega’s die niet meer dan hun werk hebben gedaan, teneinde de collega’s een betere juridische bescherming te bieden, lag de overheid daar duidelijk minder wakker van…

Echter, naar aanleiding van de feiten in Ganshoren achtte de minister het nodig om met nieuwe richtlijnen uit te pakken. Richtlijnen die geen enkele bijkomende juridische bescherming bieden aan de collega’s op het terrein. Integendeel: de verantwoordelijkheid wordt nog meer dan vandaag volledig in de schoenen geschoven van de politieman en -vrouw op het terrein.

Anderzijds is het volledig ongepast dat men o.a. voornoemde feiten, wat door het kabinet in de Franstalige pers werd bevestigd, gebruikt/misbruikt om nieuwe richtlijnen uit te vaardigen. Dat creëert bij burgers het beeld dat er wordt ingegrepen.

In moeilijke tijden kent men zijn vrienden!

De facto wordt de verantwoordelijkheid opnieuw bij het terrein gelegd, zonder dat de nodige ondersteuning wordt voorzien. Zelfs bij de simpele vraag om bijvoorbeeld een “versperring” te
allen tijde te laten opzetten onder gezag van een Officier van Bestuurlijke Politie, bleek dit voor de overheid onbespreekbaar!
Goed wetende dat er reeds collega’s veroordeeld zijn voor het opstellen van een wegversperring.

Dit dossier staat niet op zichzelf. Het legt een bredere malaise bloot in de manier waarop vandaag richtlijnen binnen de geïntegreerde politie tot stand komen.
Omzendbrieven opstellen en communiceren over nieuwe regels is één zaak. Maar beleid voeren dat de kern van het politiewerk raakt en standhoudt in de praktijk én voor de rechtbank, vergt meer dan dat.
Vandaag zien we te vaak:
• versnipperde richtlijnen;
• onvoldoende afgestemde opleidingen;
• een onvoldoende kennis van de realiteit op het terrein;
• en een gebrek aan juridische verankering/bescherming.

Op deze manier creëert men vanuit een ivoren toren alleen maar onzekerheid, en bevriest men de politie.
Het zal u dan ook niet verwonderen dat de vier vakorganisaties GEEN AKKOORD hebben gegeven op deze omzendbrief. Ook het feit dat de Minister van Justitie, onze tweede voogdijminister, deze omzendbrief niet zal mee tekenen, spreekt boekdelen.
VSOA Politie pleit voor een wettelijke verankering van de regels rond prioritair rijden en achtervolgingen die een afdoende wettelijke bescherming biedt voor de politieman/vrouw op het terrein.

Zolang die bescherming er niet is, kunnen wij onze collega’s alleen maar aanraden om twee keer na te denken vooraleer prioritair te rijden of ingrijpende maatregelen te nemen. De huidige omzendbrief biedt geen bescherming, maar verhoogt net het risico op vervolging, met alle gevolgen van dien, zowel professioneel als privé.

Het is bijzonder teleurstellend dat de voogdijminister er vandaag niet in slaagt om echt achter zijn politiemensen te staan. Hij geeft de voorkeur aan het advies van technocraten, waardoor hij u in werkelijkheid niet steunt. Zichtbaar zijn met de politie is één zaak. Hen beschermen en actief luisteren wanneer het ertoe doet, is iets anders.