30.03.2009

OCP 246 : 11 maart 2009

Dagorde van het onderhandelingscomité 246

1. Stakingsaanzegging VSOA: medisch toezicht federale politie
2. Stakingsaanzegging NSPV: PZ 5387 Maasmechelen
3. OKB Overgang OPS – Calog
4. OMB Brillen
5. Varia:
a) OT3
b) PZ Brasschaat
c) Bijkomende aanstellingen DGJ (uitvoering protocol 221/3)
d) Rijbewijs – medische schifting
e) SPN (uitvoering protocol 239/3)
f) Motorhelmen CE Markering
g) Uitvoering protocol 235 bis (sectoraal akkoord)

De voorzitter opent de debatten,

Stakingsaanzegging VSOA: medisch toezicht federale politie
VSOA: vraagt oplossingen om de middelen waarover de medische dienst (DSDM) van de federale politie beschikt herbekijken, de werking van deze dienst is in huidige toestand in gevaar. Het VSOA overhandigt een werkdocument.
Problematiek betreffende:
• Aangenomen dokters.
• De infirmerie, de dringende medische hulpverlening. Aankoop van ambulances.
• Raadgevende dokters.
• Interne sfeer binnen deze dienst, vriendjespolitiek. (vb, uurroosters van het personeel, de dokter.
• Medische controles.

Het VSOA vraagt aan de minister een onafhankelijke “audit” over de werking van deze directie. Maar een oplossing moet er ondertussen komen voor betreffende de arbeidstijdregeling. De personeelsleden vinden zich niet meer terug in de geleverde faciliteiten, ook wat betreft de problematiek van slechts 2 tandartsen voor gans België, dit is veel te weinig. Onze organisatie vraagt ook een snel en duidelijk antwoord.
De overheid neemt nota en neemt ontvangst van ons schrijven.
De overheid: stelt al maatregelen voor wat betreft de werking van de medische dienst.
VSOA: wat betreffende de her- organisatie van de kantoren van DSW. Onze organisatie vraagt deze her- organisatie tegen te houden, sommige directeurs passen een vriendjespolitiek toe en gaan op het randje af van pesterijen.
Overheid: De directeur van de dienst zal aangesproken worden betreffende deze problematiek.
Het ACOD is het volledig eens met onze standpunten en gaat zelfs nog verder, en vraagt de medische verzorging vrij te laten aan elk personeelslid.
Het NSPV neemt het document in beraad en kan het niet eens zijn met alle punten.
Het ACV vraagt de uurroosters van de dokters aan te passen binnen de medische dienst.
De feed back, zal voor 19 maart 2009 door de overheid worden gegeven.
Stakingsaanzegging blijft behouden

Stakingsaanzegging NSPV: PZ 5387 Maasmechelen

Problematiek betreffende de inwerkingtreding van het nieuw statuut. Dit gaat over het statuut Kelchtermans, bij overgang maatregel werden er binnen sommige zones namelijk 666 ziektedagen toegekend aan alle personeelsleden. Berekening Na dienstjaar dertig maar in nieuw statuut zou moeten na dienstjaar 22 namelijk de toekenning van 30 kalenderdagen
De correctie moet er komen van door een wijziging van de Dino (UB POL).
Overheid: aanwezigheid Korpschef Maasmechelen. In 1996 werd het statuut Kelchtermans toegekend binnen de gemeente. Het uitgangspunt van de gemeente is dat een personeelslid maar één maal kan gecompenseerd worden. (Verwijzend naar de GPI 66 en 69) Vanaf 1996 geldt de maatregel van toekenning van de 666 dagen.
Volgens de vakbonden is er geen sprake van dubbele compensatie. Na 29 jaar dienst moeten volgens de nieuwe regels ook aan deze personeelsleden 30 dagen worden toegekend.
Volgens de overheid heeft de GPI 63 al een compensatie toegekend.
Overheid: Bij lezing van de GPI 9, punt 2.2, vanaf 32 jaar dienst anciënniteit wordt de quota van deze personeelsleden aangevuld en volgens GPI 63 is er nog een bijsturing gebeurd.
De overheid vindt deze overgang maatregel billijk en het systeem correct.
Het NSVP gaat het standpunt uitleggen aan zijn leden.
De stakingsaanzegging wordt opgeschort.

OKB Overgang OPS – Calog

De teksten werden ons overgemaakt door de overheid.
De filosofie van dit OKB: Staat open voor OPS personeel dat medisch ongeschikt is voor operationeel werk door medische reden. Kan door mobiliteit of herplaatsing met de toestemming van het personeelslid. Herplaatsing ART2,2 voor hogere klassen zal gaan via de mobiliteit. Hieronder het OKB.

Hoofdstuk 1 – Toepassingsgebied
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van het operationeel kader van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, die overgeplaatst worden naar een ambt van het administratief en logistiek kader nadat ze, overeenkomstig artikel IX.II.4, 5°, RPPol, door de commissie voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten definitief ongeschikt werden bevonden om een betrekking van het operationeel kader uit te oefenen doch geschikt werden bevonden om een betrekking van het administratief en logistiek kader uit te oefenen.
Hoofdstuk 2 – Overplaatsing
Art. 2. De overplaatsing naar het administratief en logistiek kader geschiedt door de benoeming van het personeelslid in een statutaire betrekking van het administratief en logistiek kader, waarvan het profiel overeenstemt met het profiel van de betrokkene, via mobiliteit of ingevolge een herplaatsing met zijn toestemming.
[In het niveau A kunnen de ambten, behalve die van de klasse A1, slechts bekomen worden in het raam van de mobiliteit.]
Art. 3. In afwijking van de artikelen VI.II.10 en VI.II. 88 RPPol, komt het personeelslid na de in artikel 1 bedoelde beslissing van de commissie voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten, in aanmerking voor mobiliteit respectievelijk herplaatsing naar een betrekking van het administratief en logistiek kader.
Art. 4. De personeelsleden die behoren tot het kader van de agenten van politie kunnen aangewezen worden voor de statutaire betrekkingen van niveau D.
De personeelsleden die behoren tot het basiskader kunnen aangewezen worden voor de statutaire betrekkingen van niveau C.
De personeelsleden die behoren tot het middenkader kunnen aangewezen worden voor de statutaire betrekkingen van niveau B.
De personeelsleden die behoren tot het officierenkader kunnen aangewezen worden voor de statutaire betrekkingen van niveau A.
Hoofdstuk 3 –Inschaling
Art. 5. Het personeelslid van het operationeel kader dat overgaat naar het administratief en logistiek kader wordt integraal onderworpen aan de bepalingen van het statuut van het administratief en logistiek kader.
Art. 6. Het personeelslid dat overgaat van het operationeel kader naar het administratief en logistiek kader verwerft de graad en, in voorkomend geval, de klasse verbonden aan zijn betrekking.
Art. 7. Komen in aanmerking voor de berekening van de niveauanciënniteit, alle periodes van werkelijke diensten vanaf de datum van de benoeming tot één van de graden van het operationeel kader die toegang geven tot het betrokken niveau.
Art. 8. Het overgeplaatste personeelslid van het operationeel kader behoudt de geldelijke anciënniteit die hij heeft verworven als lid van het operationeel kader, tenzij de geldelijke anciënniteit berekend overeenkomstig de artikelen XI.II.3 tot XI.II.9 RPPol, voor hem voordeliger is.
Art. 9. Het personeelslid van het operationeel kader dat overgeplaatst wordt naar het niveau B, C of D van het administratief en logistiek kader verwerft de minimumloonschalengroep, zoals bedoeld in artikel II.III.4 RPPol, verbonden aan de graad bedoeld in artikel 6.
Het verwerft respectievelijk de eerste, de tweede, de derde of de vierde loonschaal van die minimumloonschalengroep:
a) indien het over minder dan 6 jaar niveauanciënniteit, bedoeld in artikel 7, beschikt;
b) indien het over ten minste 6 jaar maar minder dan 12 jaar niveauanciënniteit bedoeld in artikel 7, beschikt;
c) indien het over ten minste 12 jaar maar minder dan 18 jaar niveauanciënniteit bedoeld in artikel 7, beschikt;
d) indien het over 18 jaar of meer niveauanciënniteit bedoeld in artikel 7 beschikt.
Art. 10. De loonschaalanciënniteit van het personeelslid bedoeld in artikel 9, wordt bepaald door de niveauanciënniteit bedoeld in artikel 7 verminderd met 6, 12 of 18 jaar indien het personeelslid respectievelijk de tweede, de derde of de vierde loonschaal van de betrokken loonschalengroep bekomt.
Art. 12. De loonschaalanciënniteit van het personeelslid bedoeld in artikel 11 wordt bepaald door de gecorrigeerde kaderanciënniteit verminderd met 6 of 12 jaar indien het personeelslid respectievelijk de tweede of de derde loonschaal van de betrokken loonschalengroep bekomt of, voor de klasse A1, met 18 of 24 jaar indien het personeelslid respectievelijk de vierde of de vijfde loonschaal bekomt.
Art. 13. De artikelen XIV.I.7, XIV.I.9 en XIV.I.10 RPPol, zijn mutatis mutandis van toepassing op het overgeplaatste personeelslid dat zich inschrijft voor een gecertificeerde opleiding vóór de eerste september die volgt op datum van zijn overplaatsing.
Art. 14. Het niveau van talenkennis van het overgeplaatste personeelslid wordt in voorkomend geval bepaald door de toepassing van de equivalentietabel in bijlage 14 RPPol.
Hoofdstuk 4 – Wijzigings- en slotbepalingen
Art. 16. Artikel IX.II.4 RPPol wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende:
“5° de definitieve lichamelijke ongeschiktheid van de personeelsleden van het operationeel kader om een betrekking van het operationeel kader uit te oefenen, en over hun geschiktheid om een betrekking van het administratief en logistiek kader uit te oefenen.”.
Art. 17. In artikel VI.II.85 RPPol wordt de bepaling onder 2° opgeheven.
Art. 18. In artikel VI.II.88 RPPol, worden de woorden “Onverminderd artikel VI.I.85, 2°, gebeurt de herplaatsing” vervangen door de woorden “De herplaatsing gebeurt”.

Het VSOA: komt met enkele problemen, quid:
• De uitbetaling van de Brussel premie bij overgang naar het calog statuut.
• Voor de toekomstige niveaus B,C en D, nemen zij de anciënniteit van hun niveau mee die nodig is voor een eventuele sociale promotie. In de huidige situatie hebben de officieren die de overgang maken naar het calog statuut meer carrière mogelijkheden.
• Pensioen, de methodologie van de berekening.

Het VSOA houdt zijn uiteindelijke beslissing in beraad.
Het ACOD kan behoudens enkele opmerkingen zijn akkoord geven.
Het NSPV kan akkoord gaan met deze tekst, behoudens enkele opmerkingen.
Het AVC kan akkoord gaan, behoudens enkele opmerkingen.

OMB Brillen

Hoofdstuk I: Wijzigingsbepaling

Artikel 1. Artikel X.8 UBPol wordt vervangen als volgt:

“Art. X.8. Het personeelslid dat het recht op kosteloze gezondheidszorgen geniet, heeft recht op de terugbetaling bedoeld in het tweede lid van de aankoop van correctieglazen of contactlenzen, voorgeschreven door een oftalmoloog waarnaar het is doorverwezen door een arts van de medische dienst of door een externe erkende arts.

Van de kostprijs van elk glas of elke contactlens, in voorkomend geval verminderd met de tussenkomst van de ziekteverzekering, wordt 75% terugbetaald met een maximum van 150 euro per glas of per contactlens.

Bij de hernieuwing van correctieglazen of contactlenzen, wordt de financiële tussenkomst bedoeld in het tweede lid slechts toegekend mits wijziging in de dioptrie en na het verstrijken van een periode van twee jaar sinds de vorige tussenkomst.”.

Hoofdstuk II: Overgangsbepaling

Art. 2. Het personeelslid dat het recht op kosteloze gezondheidszorgen geniet, heeft recht op de terugbetaling bedoeld in respectievelijk het tweede of vierde lid, voor de aankoop van een correctiebril of voor de hernieuwing van correctieglazen, voorgeschreven door een oftalmoloog waarnaar het is doorverwezen door een arts van de medische dienst of door een externe erkende arts.

De kostprijs van het montuur en de glazen, in voorkomend geval verminderd met de tussenkomst van de ziekteverzekering, wordt met een maximum van 125 € terugbetaald.

Voor de hernieuwing van de correctiebril wordt de financiële tussenkomst, bedoeld in het tweede lid, slechts toegekend na het verstrijken van een periode van vijf jaar sinds de vorige tussenkomst.

Voor de hernieuwing van correctieglazen, wordt de prijs van elk glas, in voorkomend geval verminderd met de tussenkomst van de ziekteverzekering, met een maximum van 37 € per glas terugbetaald. Deze financiële tussenkomst wordt slechts toegekend mits wijziging in de dioptrie en na het verstrijken van een periode van twee jaar sinds de vorige tussenkomst.

Het VSOA stelt zich de vraag dat dit probleem kan geregeld worden bij monde van een MB of KB, er is hier ook een dubbele retro activiteit ingesteld. Retroactief handelen, kan alleen indien er voordelen voor het personeel zijn of goede werking van de organisatie in gedrang komt. (cfr arresten van de raad van state), ook bij het EVR werd er een arrest geveld tegen de Belgische staat, namelijk voordelen uit het verleden kunnen niet retroactief worden afgenomen.
Wij halen het arrest van de Brusselse vrederechter aan die stelt: de medische verzorging is gratis.

VSOA: gaat niet akkoord en blijft bij zijn standpunt.
NSPV: Gaat akkoord met het standpunt van het VSOA en gaat dit punt verder onderzoeken.
ACOD: Gaat akkoord met het standpunt van het VSOA en kan dus niet akkoord gaan.
ACV: Gaat akkoord met het standpunt van het VSOA.

Varia:
OT3:
De minister vindt dat er snel een gesprek moet worden aangeknoopt met de sociale partners, maar afwachtend het ontwerp van de Federale politieraad betreffende 10 jaar politiehervorming.
De syndicale organisaties hekelen de verkoop van sommige directeurs van de T03 die in fine niet bestaat.

PZ Brasschaat:
Het rapport is klaar. Op16 maart is er een speciale BOC voorzien.

Bijkomende aanstellingen DGJ (uitvoering protocol 221/3):
KB is verschenen en de lijsten worden bezorgd door de overheid, de bemerkingen moeten worden overgemaakt aan DSP.

Rijbewijs – medische schifting:
Terugbetaling van de medische schifting kan indien noodzakelijk voor de dienst

Motorhelmen CE Markering:
Het probleem is opgelost.

Uitvoering protocol 235 bis (sectoraal akkoord):
Perequatie van de pensioenen: Volgens de overheid is er geen doorbraak in het dossier.
Vakantiegeld: volgens de overheid zullen de ontwerp teksten spoedig verschijnen. (65%)
Loopbaan contractuelen niveau D 2e loonschaal, treed in voege in 2013.
Wijkagenten, een werkgroep zal worden opgestart onder het voorzitterschap van iemand van de vaste commissie.

VSOA: De overheid stelt dat de voertuigen toebehorend aan de Federale politie zijn niet onderworpen aan technische keuring. Het VSOA vraagt een duidelijke richtlijn betreffende deze zaken.
VSOA: Artikel standaard: Politie ondervraagt treinreizigers, Een enquête gedaan door aspiranten van de politieschool te Limburg in het station van St Truiden. De opleiding moet geloofwaardig blijven gezien de heisa van vorige dagen betreffende een te korte opleiding.
ACOD: haalt problemen aan betreffende het agenderen van punten.
VSOA: ministeriele arbeidstijdafwijking ‘ LA DUCASSE d’ATH’ volgens de modaliteiten moet deze afwijking eerst op het onderhandelingscomité passeren alvorens in werking te treden.
ACV: is niet akkoord met de afwijking.

SPN (uitvoering protocol 239/3):
Overheid: alles is uitgevoerd. De onderhandelde modaliteiten werden uitgevoerd of zullen eerstdaags worden uitgevoerd.
VSOA: het gaat vooral over de herplaatsingen.

De overheid meldt ons dat de werkgroep vorming, rekrutering en selectie eerstdaags wordt opgestart.

 

We maken gebruik van cookies voor het bijhouden van statistieken en taalvoorkeur. Wij houden geen persoonlijke gegevens bij || Nous utilisons des cookies pour la tenue de statistiques et de préférence linguistique. Nous ne gardons aucune donnée personnelle