Categories
Laatste nieuws

Bodycam

In januari 2020 publiceerden we in ons magazine “Argument” een artikel over de problematiek “bodycam“. Volledigheidshalve voegen we dit artikel in bijlage, evenals het recent ontvangen advies van het COC (controleorgaan op de politionele informatie).

Het controleorgaan is de onafhankelijke federale parlementaire instelling, belast met het toezicht op de politionele informatiehuishouding en is de gegevensbeschermingsautoriteit voor de geïntegreerde politie, passagiersinformatie-eenheid en de algemene inspectie van de federale en de lokale politie. (bron: https://www.controleorgaan.be/)

In het artikel in Argument uiten we enerzijds onze bezorgdheid over de onvoldoende wettelijke omkadering voor het zichtbaar filmen tijdens de politieopdrachten, hetgeen een risico oplevert voor alle politiepersoneelsleden betrokken bij de inzet van de bodycam, anderzijds hekelen we het feit dat privégesprekken van personeelsleden worden opgenomen tijdens de zogenaamde pre-recording. Bijkomend plaatsten we vraagtekens bij diegene die uiteindelijk de opdracht mag geven tot activeren van de bodycam.

Nogmaals, we zijn niet tegen verandering, technologische vernieuwing of het gebruik van de bodycam, integendeel. Wel hebben we een probleem met een gebrekkige juridische omkadering die de politieman op het terrein, maar ook de eindverantwoordelijke, blootstelt aan disciplinaire en/of strafrechtelijke vervolging.

We willen eveneens vermijden dat de bodycam zal dienen als controlemiddel voor het personeel, in plaats van als hulpmiddel. Een reden te meer om aan te dringen op een duidelijk en afgebakend kader. We mogen niet vergeten dat het trackingsysteem voor de voertuigen in veel politiezones verkocht werd, en wordt, als extra beveiliging voor het personeel, maar in de praktijk frequent gebruikt wordt om de locatie te bepalen of de mensen te volgen. Dit is een brug te ver.

Het COC stelt zeer duidelijk dat pre-recording (vooropname) onwettelijk is, het maakt niet uit of dit 30, 60 of 90 seconden duurt. Volgens het COC beschikt de operationele politieambtenaar over een zekere en zelfs ruime autonomie om te beslissen wanneer de camera effectief wordt geactiveerd. De omvang van deze autonomie wordt wel mede bepaald door de interne hiërarchie op het terrein en de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.

Het advies van het COC volgt aldus hoofdzakelijk onze bezwaren en maakt volgend besluit:

Het COC:

  1. beveelt aan meer duidelijkheid te verschaffen over en rond het begrip ’interventie’;
  2. oordeelt dat, wanneer tijdens het louter dragen van de bodycam reeds persoonsgegevens van derden worden verwerkt, deze verwerking een inbreuk vormt op artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA en de artikelen 28 en 33 § 1 WGB doordat persoonsgegevens worden verwerkt zonder dat de betrokkene werd gewaarschuwd, en, daarom, zowel feitelijk als juridisch sprake is van heimelijk cameragebruik.
  3. oordeelt dienvolgens ook dat het opnemen van gesprekken in de stand-by modus zoals hoger beschreven van personen die wel of niet deelnemen aan de interactie strijdig is met artikel 259bis strafwetboek juncto artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA;
  4. beveelt aan de bevoegde ministers aan een maximale uniformiteit op te leggen of minstens na te streven in het gebruik van de bodycam door middel van een Ministeriële richtlijn;
  5. stelt vast dat de korpschef van de lokale politie of de commissaris-generaal van de federale politie de eindverantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de bodycam en als verwerkingsverantwoordelijke moet aanzien worden;
  6. bepaalt dat de datum van aanvang van de bewaartermijn van de beelden/persoonsgegevens, de datum is waarop de gegevens op de bodycam worden opgenomen, ook al worden de gegevens niet op dezelfde dag in de politionele gegevensbank van de politie-eenheid opgeslagen;
  7. verzoekt de politie-entiteiten het recht van inzage van de betrokkene zelf te organiseren door middel van een directe toegang en niet door te verwijzen naar het Controleorgaan dat enkel op nuttige wijze als beroepsinstantie kan optreden ten aanzien van de beslissingen van de verwerkingsverantwoordelijke politiedienst;
  8. beveelt aan een heldere wettelijke afwijkende regeling in de WPA in te schrijven rond het geoorloofd karakter van de audio-opnames die gepaard gaan met het gebruik van de bodycam en rond een minimale termijn van bewaring van de beelden en audio-opnames;
  9. beveelt aan de waarschuwing zoals voorzien in artikel 25/2 § 2, 2°, b) WPA te schrappen, minstens niet meer verplichtend te maken.

We zullen het advies van het COC op de agenda van het Hoog Overlegcomité plaatsen.

We vragen de provinciaal voorzitters om dit op de agenda te plaatsen van elk basisoverlegcomité, desnoods dringend, met de vraag de nota’s die niet voldoen aan dit advies, onmiddellijk te laten intrekken.

Categories
Laatste nieuws

VSOA Politie altijd op zak? Ontdek onze applicatie!

Met enige fierheid lanceren wij vandaag onze applicatie. Je kan de app gratis downloaden via de Google Play (Android) of de App Store (iOS).

VSOA Politie staat graag in contact met jou. Dankzij de applicatie ontvang je het recentste nieuws in één gemakkelijk overzicht. Zo blijf je op de hoogte van alle laatste ontwikkelingen.

Als lid kan je via de app rechtstreeks contact met ons opnemen, een bijlage verzenden of je gebruikersgegevens zoals bv. een adreswijziging gemakkelijk aanpassen.

Je dient je hiervoor te registreren met je mailadres en je (politie)stamnummer. Indien je mailadres bij ons niet gekend is, stuur dan een mailtje naar ledenbeheer@vsoa-pol.be met de vraag om je mailadres toe te voegen aan je persoonlijke gegevens.

Ontdek het op Google Play 

Categories
Laatste nieuws

Het antwoord van de overheid op ons voorstel m.b.t. belastingvrijstelling voor overuren…

Wij hebben ter gelegenheid van het onderhandelingscomité een debat gevraagd over het idee van belastingvrijstelling voor overuren tijdens de periode van Covid-19. (tot eind juni)

Uit dit debat blijkt dat:

  • Het noodzakelijke wetsvoorstel zojuist een negatief advies heeft gekregen van de Raad van State;
  • De elementen die nodig zijn om in aanmerking te komen voor de beoogde belastingvrijstellingsregeling in onze sector moeilijk te vinden zijn. Omwille van de bereidheid om een reservecapaciteit op te bouwen (wat wettelijk was) door middel van telewerken of soortgelijke regelingen, is het aantal overuren de afgelopen twee maanden veel minder geweest dan in een andere periode;
  • De kern van het wettelijk kader voor personenbelasting zou moeten worden aangepakt om de nodige wetswijzigingen tot stand te brengen;
  • Er is geen echte bereidheid van de kant van de verschillende partners die deel uitmaken van de overheid (noch de politieke, noch de lokale of federale politie).

Wij blijven uiteraard niet bij de pakken zitten en hebben een breder, toekomstgericht debat gevraagd om een dispositief in plaats te stellen (waarvan de details uiteraard nog moeten worden besproken, maar wij staan open voor deze discussie) voor een structurele belastingvrijstelling van overuren.

De vertegenwoordiger van de minister heeft er nota van genomen en zich ertoe verbonden om terug te komen met dit onderwerp zodra de Covid-19 crisis achter de rug is. Dit zullen wij uiteraard opvolgen.

Categories
Laatste nieuws

NAVAP en de financiële impact van het sectoraal akkoord (M4.1)

Vanaf 1 juli 2020 zal de M4.1 weddeschaal van het middenkader gecorrigeerd worden door de toevoeging van enkele weddetrappen (Koninklijk besluit van 20.06.2019).

Het is best mogelijk dat een aantal collega’s van het middenkader voor deze datum in NAVAP (non-activiteit voorafgaand aan de pensionering) gaan.

Het wachtgeld dat een personeelslid ontvangt in non-activiteit (NAVAP) wordt berekend op de laatste activiteitswedde. (Het personeelslid dat bij aanvang van de non-activiteit 37,5 jaren dienstanciënniteit heeft ontvangt een wachtgeld van 74% van de laatste activiteitswedde. Dat percentage daalt tot 70% bij 37 jaar dienstanciënniteit, 66% bij 36 jaar dienstanciënniteit en 62% bij 35 jaar dienstanciënniteit)

Het effect van de looncorrectie vanaf 1 juli 2020 zal dus enkel van toepassing zijn op de collega’s die vanaf 1 augustus 2020 in non-activiteit gaan. Het is daarom financieel voordeliger voor sommige collega’s om hun vertrek in non-activiteit even uit te stellen.